Gegevens van Meetstation De Bilt


Klik op plaatje voor meer details
Baanwielrennen is een bewezen effectieve trainingsmethode Afdrukken
Geschreven door Gerrit Tichelaar   
vrijdag 26 september 2008

Word ik een betere wielrenner van baanwielrennen?

Het antwoord is onomstotelijk en zelfs bewezen: ja!

Ik noem hieronder twee belangrijke aspecten.


 

 

Baanwielrennen gebeurt met een zogenaamde doortrapper (vast verzet en geen freewheel).
Hierdoor doet het baanrennen een enorm appél op je coördinatievermogen. Je kunt niet de benen even stil houden. Je dient continu via zenuwbanen opdrachten te geven om de benen aan het draaien te houden. Dit zorgt voor verhoogde fietsefficiëntie.
Verhoogde fietsefficiëntie uit zich in het leveren van een hoger vermogen bij een gelijkblijvende VO2max. Bij Lance Armstrong is gemeten dat zijn efficiëntie na zijn kankerperiode aanzienlijk toenam. Namelijk 10 a 15%. Dit zijn enorm hoge waarden. De reden moet worden gezocht in het hoge beentempo in combinatie met verhoogde coördinatie. Beide aspecten worden in het baanrennen getraind.

Tweede aspect betreft het specifieke karakter van baanrennen. Het gaat vaak om kortdurende (maximale) inspanningen. Hoe korter de inspanning duurt, hoe groter het belang van het anaerobe inspanningsvermogen wordt. Baanwielrenners bezitten dan ook een enorm goed ontwikkeld anaeroob inspanningsvermogen. Uit onderzoek blijkt dat baanrenners het beste in staat zijn om een 60 sec. durende sprint uit te voeren.
Naast het anaerobe systeem wordt op de baan natuurlijk ook het aerobe vermogen aangesproken.

Het is niet voor niets dat toprenners zoals bijv. Servais Knaven en Erik Zabel elk jaar heel bewust een plek en tijd inruimen in hun drukke trainingsprogramma voor baantrainingen en baanwedstrijden. Zij onderkennen het belang van het op peil houden van hun fietscoördinatievermogen en daarmee fietsefficiëntie.

 

Laatst bijgewerkt op ( zondag 11 januari 2009 )